Cybercrime

vb_kopbeeld1 (1)

Cybercrime

 

 

Cybercrime wordt getypeerd als “criminaliteit met ICT als middel én doelwit”. Bij cybercrime zijn dus vaak digitale netwerken en computers of andere digitale apparaten in het spel. Bij strafbare feiten die onder de noemer “cybercrime” vallen, kan worden gedacht aan het aanvallen van computers, digitale diensten of netwerken (zoals DDoS-aanvallen, malware en ransomware). Ook kan worden gedacht aan digitale oplichting en fraudepraktijken en aan witwassen (bijvoorbeeld via bitcoins) of andere ‘reguliere’ strafbare feiten via het “dark web” (zoals het TOR-netwerk).   De strafbaarstellingen van cybercrime-feiten zijn relatieve nieuwkomers in het Wetboek van Strafrecht. Door de snelle ontwikkelingen in de digitale wereld zijn deze strafbaarstellingen bovendien aan veel verandering onderhevig. Zowel de vraag wat strafbaar is, als de vraag op welke manier de politie en justitie zelf digitaal onderzoek kunnen doen, kan met de dag een nieuw antwoord opleveren. Daarnaast wordt het digitale verkeer niet beperkt door fysieke grenzen zoals in het normale verkeer, waardoor cybercrime al snel een internationaal juridisch speelveld is met veel verschillende wetgeving. Om die reden is het van belang dat iemand die verdacht wordt van een cybercrime-feit, rechtsbijstand kan inwinnen bij een advocaat met verstand van dit soort zaken.

Net zoals bij álle strafzaken geldt, kan een strafrechtelijke verdenking (en een eventuele veroordeling) grote gevolgen hebben. Voor meer (inhoudelijke) informatie hierover zie bijvoorbeeld de blogs van Mr. Reisinger voor de strafrechtspraktijk (over nieuwe cyberwetgeving en -opsporingsbevoegdheden (“Computercriminaliteit III”) en over het recht op privacy). Van Boom Advocaten heeft de kennis in huis om u bij te staan als u door de politie of justitie verdacht wordt van cybercrime-activiteiten. Een aantal voorbeelden van de zaken waarin wij rechtsbijstand kunnen verlenen, zijn zaken waarin iemand verdacht wordt van:  

  • identiteitsfraude en DigiD-fraude
  • computervredebreuk, ofwel “hacken” (artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht)
  • “spam” of “bombing” (artikel 138b van het Wetboek van Strafrecht)
  • “grooming” (artikel 248e van het Wetboek van Strafrecht)
  • internetoplichting (van “marktplaatsoplichting” tot en met “phishing mails”)
  • digitale belediging en belaging (“stalking”)
  • vernieling van digitale gegevens (artikel 350a, 350b en 350c van het Wetboek van Strafrecht)
  • witwassen (artikel 420bis en 420quater Wetboek van Strafrecht)

 

PGP-berichten

 

Een apart aspect van de invloed van de snelle digitalisering van de hele maatschappij, is in het strafrecht de ‘Pretty Good Privacy’-telefonie. Verschillende bedrijven hebben in de loop der jaren via aparte applicaties of zelfs speciale telefoons, encryptie ontworpen waarmee versleuteld kan worden gecommuniceerd. Door justitie en de politie is daar veel onderzoek naar gedaan en dat heeft geleid tot het in beslag nemen van servers, zoals die van de bedrijven Ennetcom en PGPsafe, en het hacken van servers, zoals die van de bedrijven EncroChat en Sky. Binnen ons kantoor is inmiddels veel ervaring opgedaan met dergelijke (mega)zaken. Voorbeelden daarvan zijn:

 

 

Door mr. R.D.A. van Boom en mr. J.C. Reisinger is over dit onderwerp ook een opiniestuk geschreven voor het Advocatenblad